Koppeling per kantoor verifiëren

Onderzoek de procesgrens rond AFAS vóór je koppelt.

AFAS-inrichtingen verschillen. Daarom begint Frits niet met een algemene connectorclaim, maar met één proces.

Leidende bron

Welke gegevens in AFAS leidend blijven, leggen we vooraf vast.

De gegevens en workflows die de organisatie in haar eigen AFAS-inrichting als leidend heeft bepaald.

Frits kopieert die financiële waarheid niet naar een nieuw los systeem. De beoogde workflow gebruikt alleen de afgesproken informatie en bewaart herleidbaarheid.

Mogelijke voorbereidende scope

Proceskandidaten om te toetsen

  • Dossier- of klantstatus met externe instroom vergelijken.
  • Open taken en uitzonderingen voor een medewerker ordenen.
  • Herhaalbare voorbereiding tussen AFAS, mail en documenten afbakenen.

Dit zijn scenario’s voor een Processcan, geen verklaring dat iedere functie, API of schrijfactie in iedere inrichting beschikbaar is.

Live verificatie vóór pilot

Drie vragen vóór er toegang wordt gegeven.

De kleinste werkende scope wint. Geen brede rechten, geen ongecontroleerde schrijfacties en geen productieclaim zonder smoke-test.

  1. Welke AFAS-module en inrichting vallen binnen scope?
  2. Welke rechten zijn minimaal nodig en beschikbaar?
  3. Wie beoordeelt uitzonderingen en geeft akkoord op gevolgen?
Toegangsmodel

Lezen, voorbereiden en uitvoeren zijn drie verschillende rechten.

De eerste proef kan volledig alleen-lezen zijn. Een volgende stap krijgt pas meer bevoegdheid wanneer bronnen, fouten, uitzonderingen, rollback en logging aantoonbaar werken.

Bekijk de controlelagen →

In de praktijk

Wat de AFAS-verkenning per inrichting uitzoekt.

Een AFAS-inrichting is zelden standaard: profielen, autorisaties en administraties zijn per kantoor ingericht. De verkenning brengt die inrichting eerst in kaart en toetst daarna welke stap een proef mag uitvoeren. Hieronder staan de vragen die daarvoor nodig zijn en wat pas na verificatie gebeurt.

01

Welke objecten de verkenning afbakent

We vragen eerst welke objecten in je AFAS-inrichting een rol spelen: administraties, dossiers, medewerkers, uren, inkoopregels of projecten. Per object leggen we vast welke velden het kantoor zelf heeft toegevoegd en hoe die samenhangen. Die samenhang bepaalt welke overdracht te toetsen valt en welke niet. Zonder dat overzicht is een uitspraak over automatisering te vroeg.

02

Autorisaties per administratie en rol

Rechten verschillen vaak per administratie en per rol. We vragen welke autorisatiegroepen bestaan, wie welke administratie mag inzien en welke medewerker uitzonderingen beoordeelt. Daaruit volgt welke minimale toegang een eerste proef nodig heeft. Een proef kan alleen-lezen blijven. Meer bevoegdheid komt pas in beeld als vaststaat dat de afgesproken bronnen, signalen en grenzen in jouw inrichting werken.

03

Testomgeving eerst, productie later

We vragen of er een testomgeving of acceptatieomgeving beschikbaar is en met welke administratie die werkt. Is die er niet, dan blijft de eerste stap lezen in een afgebakende administratie. Productiegegevens gebruiken we alleen na een geslaagde controle op een kleine set dossiers. Wat een pilot doet, blijft gescheiden van het dagelijkse werk tot de uitkomst is beoordeeld.

04

Foutafhandeling vooraf benoemen

Bij elke stap hoort een antwoord op de vraag wat er gebeurt als iets niet klopt: een ontbrekend veld, een dubbele regel, een verlopen verbinding. We spreken af wie een signaal krijgt, waar je ziet dat een stap niet is uitgevoerd en wanneer het proces stopt. Pas na verificatie van die afspraken wordt de scope uitgebreid.

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen over werken rond AFAS.

Vragen die kantoren stellen voordat er toegang wordt gegeven tot een AFAS-inrichting.

Wat is nodig om onze AFAS-inrichting te beoordelen?

Een overzicht van de administraties, modules en zelf toegevoegde velden die in het proces een rol spelen, plus één concreet proces als vertrekpunt. Op basis daarvan bepalen we welke overdracht te toetsen valt en welke gegevens in AFAS leidend blijven. Dat overzicht geeft ook aan welke gegevens in het dagelijkse werk als bron gelden. Zonder die basis is een uitspraak over automatisering niet te onderbouwen.

Krijgt Frits volledige toegang tot onze AFAS-omgeving?

De eerste stap kan volledig alleen-lezen zijn en blijft beperkt tot één afgebakende administratie. Welke autorisatiegroepen bestaan en wie welke administratie mag inzien, brengen we eerst in kaart. Meer bevoegdheid komt pas in beeld wanneer bronnen, signalen en grenzen aantoonbaar werken. Frits neemt geen bestaande gebruikersrollen over.

Kunnen we eerst testen zonder productiegegevens?

Als er een testomgeving of acceptatieomgeving beschikbaar is, gebruiken we die met de administratie die daarbij hoort. Is die er niet, dan kan de eerste stap beperkt blijven tot lezen binnen één afgebakende administratie. Productiegegevens komen pas in beeld na een geslaagde controle op een kleine set dossiers. Wat in een pilot gebeurt, blijft gescheiden van het dagelijkse werk.

Wat gebeurt er als een stap niet klopt of niet wordt uitgevoerd?

Per stap spreken we vooraf af wie een signaal krijgt, waar je ziet dat iets niet is uitgevoerd en wanneer het proces stopt. Denk aan een ontbrekend veld, een dubbele regel of een verbinding die niet werkt. Uitzonderingen gaan naar een aangewezen medewerker. Uitbreiding van de scope volgt pas wanneer die afspraken in de praktijk zijn gecontroleerd.

Eén proces. Duidelijke grens.

Verken één proces rond AFAS.

De Processcan brengt eerst het terugkerende werk en de bronnen in kaart. De technische koppelroute volgt pas na verificatie van jouw inrichting.